Powered by SVOL
leerlingbegeleiding webs
samen geinsp leren1 webs

Leerlingbegeleiding

Mentoraat en begeleiding

 

De mentor is de voornaamste contactpersoon tussen leerling en groep, leerling en school, leerling en docenten én school en ouders/verzorgers. Hij verzorgt de ouderavonden voor zijn groep, houdt de rapporten bij en begeleidt de leerling in zijn keuze voor een eindopleiding en een vervolgstudie. Dat geldt ook voor studieproblemen en voor problemen die kunnen voortkomen uit privésituaties. We streven naar een vertrouwensband tussen mentor en leerling. Dit is belangrijk om problemen goed te kunnen bespreken. Bij de begeleiding van zijn leerlingen krijgt de mentor waar dat nodig is ondersteuning van specialisten.

 

Bij de start van het eerste jaar nemen wij een instaptoets af op het gebied van spelling. In alle eerste klassen wordt in oktober de SAQI afgenomen. Die vragenlijst brengt het welbevinden van de leerling in kaart en de invloed hiervan op het functioneren in de klas en op het leergedrag. In het algemene kader van kwaliteitsbewaking en –borging, wordt het Volg- en Adviessysteem Cito 0 t/m 3 ingezet. Gedurende drie jaar worden leerlingen gemonitord op Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde. De toetsing is ook proactief op de verscherpte exameneis vanaf 2012-2013: voor havo/vwo niet meer dan één onvoldoende (een 5) voor Nederlands, Engels en wiskunde. Voor vmbo geldt: niet meer dan één onvoldoende (een 5) voor Nederlands en rekenen. Het Cito-volgsysteem 0 t/m 3 geeft hiervoor een duidelijke indicatie. De toetsencyclus kan ook een hulpmiddel zijn bij differentiatie en determinatie. Het advies van het team blijft echter leidend.

 

In klas 1 worden twee toetsen afgenomen en in klas 2 en 3 elk één toets. Iedere toets bestaat uit meerdere taken voor Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde. Gedurende een week worden per dag twee taken afgenomen. Na iedere toets ontvangt u, tijdens het oudergesprek met de mentor, een leerlingrapport waarop de resultaten van uw kind vergeleken worden landelijke gegevens van leerlingen van hetzelfde en ‘aanliggende’ schooltypen. De ‘vaardigheidsscores’ van de resultaten van verschillende jaren kunt u met elkaar vergelijken en zo de voortgang van de prestaties volgen.

Dyslexie

 

Bij leerlingen met dyslexie gaat lezen en spellen soms uiterst moeizaam. Dit heeft niets met de intelligentie van deze leerlingen te maken.  Aan het begin van de eerste klas krijgen onze leerlingen een ‘instaptoets’. Uit de score kan blijken dat een leerling extra hulp nodig heeft op het gebied van spelling. Leerlingen die al een dyslexieverklaring hebben, krijgen een pasje waarop extra faciliteiten vermeld staan waarvan ze gebruik kunnen maken. Leerlingen waarvan het vermoeden bestaat dat ze dyslexie hebben, krijgen ondersteuning in kleinere groepjes. Uiteindelijk kan worden aangeraden alsnog een dyslexietest door een extern bureau af te laten nemen. De kosten zijn voor rekening van de ouders/verzorgers. Het dyslexieprotocol is in te zien via de site van de SGL.

Afwijkende wijze van examineren bij een handicap of aandoening

 

Als er sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap, of een met een deskundigenverklaring aangetoonde andere handicap (zoals dyslexie, dyscalculie, beperking in het autistisch spectrum, ADHD, ADD of diabetes), of een (onder voorwaarden) onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal, kan de schoolleiding toestemming geven tot een afwijkende wijze van examineren. Algemeen is een verlenging van het (school)examen met 30 minuten. Andere aanpassingen zijn afhankelijk van het advies van de deskundige en de mogelijkheden van de school. Deze regelgeving is onverminderd van toepassing voor een schoolexamen of toets.

Motorische Remediale Training

 

Voor eersteklassers die problemen hebben met coördinatie, uithoudings­vermogen, kracht en snelheid of die last hebben van faalangst of hoogtevrees, biedt de vakgroep Lichamelijke Opvoeding een cursus Motorische Remediale Training (MRT). Op die manier worden de leerlingen ondersteund en zij voelen zich daardoor veiliger tijdens de reguliere lessen.

Bijzondere leerlingbegeleiding

 

De leerlingcoördinator werkt binnen de afdeling samen met de mentoren en het docententeam en draagt daarmee zorg voor de uitvoering van de zorgcyclus. De leerlingcoördinator ziet samen met de afdelingsassistent toe op het nemen van maatregelen bij veelvuldig verzuim of ziekmelden en te laat komen. Hij signaleert en bespreekt leerlingen met risicogedrag.

 

De leerlingbegeleider is nodig als leerlingen sociaal-emotioneel vastlopen vanwege school of in een moeilijke situatie (privéomstandigheden) zitten, waardoor school eronder lijdt. De leerlingbegeleider heeft een reeks gesprekken met een leerling om hem/haar op weg te helpen of inzicht te krijgen welke hulp wenselijk is. Ouders/verzorgers worden betrokken en door de leerlingbegeleider op de hoogte gebracht. Waar dat nodig is, kunnen ouders/verzorgers i.o.m. de leerlingbegeleider ook professionele hulp buiten de school inschakelen. Daartoe bestaat een intensieve samenwerking in het zogenaamde Zorg Advies Team (ZAT), met deskundigen van binnen en buiten school, om de individuele zorg voor leerlingen op elkaar af te stemmen.

 

De leerlingbegeleiders coördineren en zetten zich ook in voor de ondersteuning van groepen leerlingen met specifieke problemen zoals faalangst en problemen met sociale vaardigheden. Zij gebruiken hiervoor de sociale welbevindingstest (SAQI) die in leerjaar 1 wordt afgenomen in combinatie met de indruk van de mentor. 

Jeugdgezondheidszorg

 

De jeugdgezondheidszorg onderzoekt alle kinderen/jeugdigen (0-19 jaar) regelmatig. Hiermee wordt de gezondheid en de ontwikkeling gevolgd. Indien er afwijkingen of problemen ontstaan, worden deze al in een vroeg stadium herkend en volgt er een advies of wordt er verwezen naar de juiste instelling. De jeugdarts maakt deel uit van het Zorg Advies Team van de school. Zowel de school als de leerplichtambtenaar kunnen doorverwijzen naar de jeugdarts. Ouders/verzorgers/jeugdigen kunnen zelf ook bij de jeugdgezondheidszorg terecht voor vragen over de groei en ontwikkeling (van hun kind), maar ook voor vragen op het gebied van opvoeding, gedrag, verzorging en leefstijl (genotmiddelen, seksualiteit).

 

De afdeling jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Flevoland is telefonisch bereikbaar op werkdagen van 08.30 uur tot 12.30 uur op 088 0029920. Overige informatie over diensten van de afdeling JGZ is te vinden op de website www.ggdflevoland.nl. Kinderen/jeugdigen kunnen ook terecht op www.jouwggd.nl voor vragen en informatie waar ze liever (nog) niet thuis over praten.

Leerplicht

 

Kinderen van 5 tot 16 jaar zijn leerplichtig. Zo kunnen zij zich voorbereiden op de maatschappij en de arbeidsmarkt. Jongeren die na hun 16e nog geen startkwalificatie hebben, moeten tot hun 18e onderwijs volgen. Zij hebben een kwalificatieplicht. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). Dit houdt in dat ze recht hebben op onderwijs, maar ook de plicht hebben om naar school te gaan. De leerplichtambtenaar houdt toezicht op de naleving van de leerplicht. Spijbelen en regelmatig te laat komen is vaak een voorbode van uitval op school. De gemeente Lelystad heeft met de scholen afgesproken om een streng lik-op-stuk-beleid te voeren voor kinderen die verzuimen en/of te laat komen. Als leerlingen af en toe zomaar niet in de les zijn geweest en/of regelmatig te laat komen, kan de school besluiten om hen naar de leerplichtambtenaar of schoolarts te sturen voor een preventief spreekuur. Daarnaast worden in de bovenbouw middagen georganiseerd waarop leerlingen gemiste uren moeten inhalen.

 

Als het verzuim aanhoudt, worden de leerlingen verwacht op het stadhuis voor een officiële waarschuwing. Wanneer er geen verbetering optreedt kan de leerplichtambtenaar besluiten om vervolgstappen te ondernemen. Leerlingen kunnen dan naar bureau Halt worden gestuurd of er kan proces-verbaal worden opgemaakt via de rechter. Als het goed is komt het echter helemaal niet zover en wordt er uiteindelijk een diploma gehaald zonder de leerplichtambtenaar ooit te hebben gezien. Mocht u toch nog vragen hebben aan de leerplichtambtenaar, dan kunt u mailen naar leerlingzaken@lelystad.nl of bellen naar de gemeente via 14-0320.

Opleidings- en beroepskeuze

 

De decaan is de specialist op het terrein van vervolgopleidingen en beroepskeuze. Hij begeleidt de mentoren bij hun lessen Loopbaanoriëntatie en Beroep (LOB). Indien gewenst voert hij gesprekken met leerlingen en ouders. Ook draagt hij materiaal aan waarmee de leerling en de mentor een goed beeld krijgen van de toekomstmogelijkheden. Hij beschikt daarvoor over een archief met allerlei informatie op het terrein van beroepsopleidingen. Het LOB-programma bevat een grote hoeveelheid materiaal over de wereld van opleidingen en beroepen.

 

Minstens zo belangrijk is dat de leerlingen hun eigen mogelijkheden leren kennen. Hieraan geven we aandacht in de vorm van projecten. Vaak zijn de projecten uitstekende aanknopingspunten voor gesprekken thuis, met de mentor en met de decaan. Als uiteindelijk de adviezen van de school gegeven zijn en het LOB-programma is doorgewerkt, dan moet er gekozen worden.

Jeugd en veiligheid

 

In school zijn afdelingsassistenten aanwezig om toezicht te houden op leerlingen en om leerlingen op te vangen die bijvoorbeeld onder schooltijd ziek worden, te laat komen of iets of iemand nodig hebben vanwege een calamiteit. De afdelingsassistent is de vraagbaak voor, en ondersteuner van leerlingen en medewerkers binnen de afdeling. De afdelingsassistent werkt samen met de medewerker Jeugd en Veiligheid die in school zorgt voor de regie rond incidenten met leerlingen. De medewerker Jeugd en Veiligheid legt, waar nodig, de verbinding tussen school en externe instanties. Vrijwel altijd worden hier ook de ouders/verzorgers van de leerling bij betrokken. De preventieve taak is hierbij belangrijk. Daarnaast worden contacten onderhouden met de jeugdpreventiemedewerker en de jeugdagent. De medewerker Jeugd en Veiligheid heeft binnen school contact met de zorgcoördinator, afdelingsleiders, afdelingsassistenten, mentoren en leerlingcoördinatoren.

Ondersteuningsteam

 

Een veilig schoolklimaat is een voorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs. Binnen onze school is een voorziening gecreëerd voor leerlingen die door onderwijsbelemmeringen vastlopen in hun schoolgang. Het kan hierbij gaan om leer- en/of gedragsproblemen en/of sociaal-emotionele problematiek. Wanneer na signalering blijkt dat het inzetten van deze voorziening zinvol is, wordt de leerling, nadat er toestemming is gegeven door ouders/verzorgers en de zorgcoördinator, voorgedragen in het Zorg Advies Team. Als het ZAT positief adviseert, wordt de leerling geplaatst binnen een arrangement. De ondersteuning kan kortdurend zijn, of (indien nodig) voor een langere periode worden ingezet. Doel van de plaatsing is altijd het wegnemen, voor zover mogelijk, van de onderwijsbelemmering(en) en terugstroom naar de reguliere setting. Voor iedere leerling met een individueel arrangement wordt een OOP (onderwijs ontwikkel perspectief) opgesteld.

Sense Flevoland

 

Sense bestaat uit organisaties die nauw met elkaar samenwerken op het gebied van seksualiteit. Artsen, verpleegkundigen en seksuologen werken samen binnen Sense vanuit de volgende organisaties; Flevoziekenhuis, Hulpverleningsdienst Flevoland (GGD), IJsselmeerziekenhuizen, Seksualiteitspraktijk Almere (SPA), Stichting Samenwerkende Gezondheidscentra Lelystad (SSGL), Zorggebruikersbundeling Flevoland (ZGB) en Zorggroep Almere. Er zijn spreekuren in het gebouw van de GGD in Almere en Lelystad. Bij het spreekuur word je geholpen door een Sense verpleegkundige, die indien nodig, snel kan doorverwijzen naar een seksuoloog, soa-arts, gynaecoloog of dermatoloog die ook bij Sense zijn betrokken.

 

Klik op onderstaande banner als je meer wilt weten of iets wilt vragen.

 

senseheader

leerlingbegeleiding webs
samen geinsp leren1 webs
Design en ontwikkeling CreatieveVrienden.nl
X
X